Deurne heeft er twee Nederlandse kampioenen BMX Pumptrack bij. Tijdens het Open NK BMX Pumptrack in Oss wisten de Deurnese BMX-rijders Jeffrey Bignell (55) en Juul van Dongen (11) in hun eigen categorie de nationale titel te veroveren.
Voor beiden een bijzondere prestatie, maar de overeenkomst tussen de twee kampioenen maakt het verhaal extra speciaal. “Waar ik tientallen jaren geleden op 11-jarige leeftijd mijn eerste Nederlandse BMX-titel behaalde, deed Juul dat afgelopen zondag precies op dezelfde leeftijd”, vertelt Bignell.
Veel bulten
Het NK werd gehouden op het Urban OX Park in Oss. In zestien verschillende categorieën, van 8 jaar en jonger tot 45+, werd gestreden om de felbegeerde rood-wit-blauwe KNWU-trui. BMX Pumptrack is een relatief jonge discipline binnen de BMX-sport. De deelnemers moeten individueel zo snel mogelijk een compact asfaltparcours afleggen; met veel bulten, kombochten en korte, scherpe bochten.
Lees ook: Ex-wereldkampioen BMX Racing Jeffrey Bignell geeft demonstratie pumptrack in Urban Sportpark Deurne
Na twee kwalificatieruns plaatsten de vier snelste rijders zich voor de finale. Daar begon iedereen opnieuw en werd in één beslissende run gestreden om de Nederlandse titel. De 11-jarige Juul van Dongen liet in de categorie Boys 11-12 jaar meteen zien dat hij voor de winst ging. Hij was al de snelste in de kwalificatie en wist in de finale nog een schepje bovenop zijn prestatie te doen. Met een indrukwekkende tijd van 17,5 seconden pakte hij de Nederlandse titel. Voor de jonge rijder is het zijn eerste nationale BMX-titel.
Dertigste nationale of internationale titel
Ook Bignell kende een succesvolle wedstrijddag. De 55-jarige Deurnenaar werd Nederlands kampioen in de categorie 45+. Het is voor Bignell alweer zijn derde Nederlandse titel BMX Pumptrack. Daarmee voegt hij een nieuwe titel toe aan een indrukwekkende sportcarrière. De overwinning in Oss betekende voor Bignell inmiddels zijn dertigste nationale of internationale titel.
Lees ook: [VIDEO] Urban Sportpark blijkt schot in de roos; nieuwe voorziening wordt al intensief gebruikt
De aanleg van de pumptrack op het Urban Sportpark in Deurne, die in 2025 werd gerealiseerd, heeft volgens Bignell zijn enthousiasme voor de sport opnieuw aangewakkerd. “Dat heeft me echt weer een boost gegeven. Natuurlijk kon ik dan niet achterblijven bij Juul”, vertelt de ervaren BMX’er.
Stokje overnemen
De bijzondere overeenkomst tussen de twee kampioenen is Bignell niet ontgaan. “Ik vind het wel mooi dat Juul eigenlijk een beetje het stokje van me overneemt, op dezelfde leeftijd als waarop ik mijn eerste titel wist te winnen.”
Hoewel Bignell inmiddels 55 jaar is, denkt hij voorlopig nog niet aan stoppen. Hij noemt zichzelf inmiddels gekscherend ‘iemand die in de reservetijd van zijn carrière zit’, maar wanneer hij zijn laatste NK rijdt, weet hij zelf ook nog niet. “Ik hoop nog lang mijn rondjes te kunnen blijven maken.”
‘Deurne barst van het BMX-talent’
Met ongeveer vijftien deelnemers was Deurne tijdens het NK goed vertegenwoordigd. Van jonge talenten tot ervaren rijders en van fanatieke wedstrijdrenners tot recreanten. Veel Deurnese BMX’ers zijn regelmatig te vinden bij BMX-club FCC Wheels in Erp, maar ook de pumptrack van het Urban Sportpark in Deurne wordt volop gebruikt.
Deurne beschikt over veel jong BMX-talent. Zo reisden de broertjes Luuk en Noud van Deursen onlangs nog af naar Brisbane voor het WK BMX. Ook in de jongere categorieën staan verschillende Deurnese rijders klaar om zich verder te ontwikkelen.
Nieuwe rol
Volgens Bignell is er dan ook voldoende talent voor de toekomst. “Er zijn hier zoveel kinderen die plezier hebben op de pumptrack. Wie weet staat de volgende kampioen al klaar om het stokje over te nemen.” En misschien krijgt Bignell daarbij zelf een nieuwe rol. Want hoewel hij voorlopig nog volop blijft fietsen, lijkt hij het ook mooi te vinden om zijn jarenlange ervaring door te geven aan de nieuwe generatie BMX’ers uit Deurne. “Twee Nederlandse kampioenen, twee generaties en één grote passie voor BMX. Deurne mag trots zijn”, besluit de Deurnenaar.
Foto’s: Jeffrey Bignell







