Bij boekenwinkels en bibliotheken in Nederland wordt in de periode van woensdag 12 tot en met zondag 23 maart De Boekenweek gevierd. Het is dit jaar de negentigste keer dat het evenement plaatsvindt. In Bibliotheek Deurne wordt onder andere de schrijfster van het Boekenweekgedicht 2025 ontvangen en wordt er een Deurnes Dictee gehouden.
Deelnemers kunnen zaterdag 15 maart van 14.00 tot 16.00 uur testen wie het beste is in het Deurnes dialect. Daarbij gaat niet alleen om het praten ‘op z’n Deurnes’, maar ook het schrijven. Hans van Hoek, die in 1996 een boek schreef over het dialect van Deurne, gaat de deelnemers en het publiek vermaken met Deurnese anekdotes en geeft uitleg over de Deurnese moerstaal.
‘Toekrèk’
Bij de het Deurnes Dictee zal het na de instructies ‘v’náájges gaan’; of te wel ‘vanzelf gaan’. In de plaatselijke taal komen ook de korte korte à, zoals in het woord ‘kat’ voor in zinnen als ’n hàffel’, wat betekent: ‘een handvol’. Maar ook kent het Deurnes de korte è, zoals in het woord ‘vet’. Die komt bijvoorbeeld voor in uitdrukkingen als ‘toekrèk’, wat betekent ‘zojuist.
Inschrijven voor deelname is verplicht en kan via bibliotheekhelmondpeel/deurnes-dictee. Ook mensen die niet willen deelnemen maar wel graag meekijken en luisteren bij het Deurnes Dictee, zijn welkom op zaterdag 15 maart in de bieb in het Huis voor de Samenleving. De toegang is gratis.
Sholeh Rezazadeh
Ook op andere momenten tijdens De Boekenweek wordt er in Bibliotheek Deurne aandacht besteed aan het jaarlijkse evenement. Zo brengt Sholeh Rezazadeh een bezoek aan de bieb op zaterdag 22 maart. Zij is de schrijfster van het Boekenweekgedicht van dit jaar. Tijdens deze lezing vertelt ze over haar werk dat zowel proza als poëzie bevat en over het thema van de Boekenweek: ‘Je moerstaal’. Haar debuutroman ‘De hemel is altijd paars’ won verschillende prijzen.
Het Boekenweekgeschenk is bij deze editie ‘De krater’, geschreven door Gerwin van der Werf. Paulien Cornelisse schreef de special uitgave ‘Hèhè’ bij het boekenweekthema: ‘Je moerstaal’.
Foto: Harold van der Burgt