De stikstofaanpak die het kabinet vandaag presenteerde, bevat maatregelen die diep in zullen grijpen in de bedrijfsvoering van veel boeren en tuinders, in onder meer de Peel. Het pakket bestaat onder meer uit doelen op bedrijfsniveau, een norm voor een betere balans tussen koeien(mest) en land, extra maatregelen in gebieden waar de natuur het meest onder druk staat en investeringen in natuurherstel.
“Het is hier momenteel 38 graden en het voelt toch als een koude douche. Ik ben hier niet echt gelukkig mee”, zegt voorzitter Mario Berkers van ZLTO De Peel. Hij vreest dat de plannen van landbouwminister Jaimie van Essen grote gevolgen gaan hebben voor de agrarische sector in onze regio. “Hij heeft blijkbaar met veel boeren gepraat, maar niet gehoord wat ze gezegd hebben.”
‘Pijnlijke maatregelen’
Ook LTO-voorzitter Ger Koopmans vindt bepaalde keuzes ‘onbegrijpelijk en disproportioneel’. Daarbij benoemt hij onder meer de omgang met zonering rondom natuurgebieden en de voorgestelde uitwerking van grondgebondenheid. “Pijnlijke maatregelen waarvan volstrekt onduidelijk is hoe ze aansluiten en optellen tot de doelen die gehaald moeten worden.”
Het kabinet gaat aanvullende maatregelen nemen waar de natuur dat het hardst nodig zou hebben. Daarbij gaat het niet alleen om stikstof, maar ook om verdroging, versnippering van natuur en de waterkwaliteit. Omdat maatregelen rond kwetsbare natuur- en watergebieden het meest effectief zijn volgens het kabinet, wordt gekozen voor een gerichte aanpak in deze gebieden. Hierdoor kan er volgens Den Haag in grote delen van het land weer meer.
‘Bufferzone helpt niet mee aan verbetering van natuur’
Daarom worden rond deze gebieden zones ingesteld waar aanvullende maatregelen gelden. Naar verwachting is voor ongeveer 100 stikstofgevoelige natuurgebieden een aanvullende zone nodig. Voor circa 15 van deze gebieden, zoals de Peel, geldt een zone van 1.000 meter en voor de andere gebieden gaat het om een zone van 500 meter. Voor industriële piekbelasters in de zones komt er een aparte aanpak. In de gebieden moet op deze manier verdere verslechtering van de natuur, water- en bodemkwaliteit worden voorkomen. In de zones blijft wel ruimte voor extensieve landbouw.
Voor Berkers van ZLTO De Peel is deze beslissing van minister Van Essen onnavolgbaar: “Hij is hier ook in de Peel geweest en iedereen heeft hem toen verteld dat een bufferzone niet meehelpt aan verbetering van de natuur. Uiteindelijk gaat om verbetering van de natuur en niet om extra zones aan te leggen.”
Ondersteunend pakket
Het kabinet zegt zich ervan bewust te zijn dat dit een ingrijpende maatregel is: “Daarom werken we samen met provincies aan een ondersteunend pakket voor boeren. Dit pakket omvat onder meer de herwaardering van landbouwgrond, een regeling voor extensieve bedrijfsvoering en ondersteuning voor omschakeling naar biologische landbouw. Hiervoor is 9 miljard beschikbaar.”
Een deel van het vrijdag aangekondigde beleid wordt met Rijksinstructieregels bij de provincies neergelegd en daar verder uitgewerkt. Daarmee krijgen provincies een zware (mede)verantwoordelijkheid voor cruciale zaken zoals de invulling van zonering rondom stikstofgevoelige natuurgebieden.
Provinciaal gebiedsproces
“Positief is dat partijen in deze zones óók de mogelijkheid krijgen om de doelen via een provinciaal gebiedsproces te realiseren”, zegt Koopmans van de LTO. “Dan kunnen overheden, agrariërs en andere grondeigenaren gezamenlijk puzzels leggen waarin, op basis van de WILG-systematiek, de rechtszekerheid en het inkomen van alle betrokkenen geborgd is. En waarbij het hele ‘trappetje van Remkes’ op tafel ligt.”
De provincie Noord-Brabant heeft vrijdag laten weten de lijn van het kabinet te steunen. “Ik kan me goed voorstellen dat boeren zorgen hebben over het perspectief voor hun bedrijf. In de kabinetsbrief is er gelukkig ook veel aandacht voor het perspectief van de sector”, aldus gedeputeerde Wilma Dirken. “Het is goed dat er nu keuzes gemaakt zijn, ook al zijn die pijnlijk. Het geeft duidelijkheid. Het is goed dat er wordt ingezet op bijdragen uit alle sectoren.”
Grootste opgave van alle provincies
Dit pakket gaat volgens Dirken zorgen dat Noord-Brabant open blijft: “Ik zie veel overeenkomsten tussen het beleid dat we al langer voeren in Brabant en het rijksbeleid. Wij zullen het pakket goed bestuderen. Indien nodig stemmen we het provinciaal beleid af met wetgeving die het rijk gaat vaststellen op basis van het pakket. Maar gezien het feit dat Noord-Brabant de grootste opgave van alle provincies heeft, zal het waarschijnlijk zijn dat wij aanvullend beleid moeten blijven voeren om Noord-Brabant open te houden.”
Voor de 100 natuurgebieden waar nu zones van 500 meter worden gehanteerd, had de LTO samen met provincies, gemeenten, waterschappen en NAJK aan het Rijk gevraagd om te kiezen voor zones van 250 meter. Daarom roept de land- en tuinbouworganisatie de provincies op om dit beleid gezamenlijk met agrariërs vorm te geven en samen te zoeken naar een alternatieve invulling als de doelen daarmee ook worden gehaald.
Verdienmodel
“Voor veel agrariërs in deze zones zal vergaande extensivering de enige realistische optie zijn, terwijl onduidelijk is op wat voor verdienmodel die bedrijven kunnen bouwen. Nergens in de brief gaat de minister in op het toekomstige verdienvermogen en verdienmodel van boeren en tuinders”, verzucht Koopmans.
Tegelijkertijd worden in het pakket volgens de LTO-voorzitter ook de eerste goede stappen gezet om tot beter werkbaar beleid te komen: “Het uit de wet halen van de kritische depositiewaarde (KDW), het invoeren van een rekenkundige ondergrens en het (gefaseerd) loskomen van vergunningverlening zijn belangrijke randvoorwaarden om uit de stikstofcrisis te komen. Het kabinet stelt dat provinciale handhavings- en intrekkingsverzoeken voor PAS-melders met dit pakket kunnen worden voorkomen. Positief is ook dat het kabinet de feitelijke staat van de natuur beter wil meten en aan terrein beherende organisaties resultaatverplichtingen voor natuurherstel op gaat leggen.”
Veel onduidelijkheid
Koopmans benadrukt dat de Kamerbrief niet duidelijk maakt wanneer vergunningverlening daadwerkelijk vrijkomt, terwijl de doelen voor 2035 vaststaan en de sector daaraan gehouden wordt. “Het kabinet kiest ervoor de rekenkundige ondergrens pas eind volgend jaar in te voeren en omkleed dat met beheersmaatregelen waarvan onduidelijk is wat ze voor de landbouw betekenen. Het tempo van de vergunningverlening moet omhoog, er moet nog veel onduidelijkheid worden weggenomen en een aantal voorstellen moet echt worden ingetrokken en veranderd.”
“Als je tegen boeren zegt dat ze stappen moeten zetten, dan moeten ze die stappen ook kunnen zetten”, vervolgt Koopmans: “Boeren staan klaar om te investeren in emissie-reducerende maatregelen. In bewezen innovaties, in stalaanpassingen en in managementmaatregelen. Maar zij kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden om 100 procent van de doelen te halen als zij daarvoor maar 50 procent van de middelen tot hun beschikking hebben. Die disbalans moet zo snel mogelijk worden opgelost. Niemand is gehouden aan het onmogelijke.”
Lastige opgave
Net als Koopmans denkt Berkers van ZLTO De Peel dat de boeren worden geconfronteerd met een lastige opgave: “Ik ben wel zeer benieuwd of de technische mogelijkheden en innovaties al zover zijn om die normen werkelijk te halen.”
Landbouwminister Van Essen erkent dat het maatregelenpakket veel impact zal hebben, maar dat het voor Nederland keihard nog is om het slot open te breken: “Vergunningen blijven liggen, plannen lopen vertraging op en boeren weten niet waar ze aan toe zijn. Met dit samenhangende, ambitieuze pakket geven we weer ruimte voor boer, bouw en natuur. De veranderingen die voor ons liggen vragen veel, zeker ook van boeren. Daarom investeren we 20 miljard euro om samen de omslag te maken, de stilstand te doorbreken en de vergunningverlening weer op gang te brengen.”
PAS-melders
Voor het legaliseren van de PAS-melders verwijst het kabinet naar het Programma maatwerkaanpak PAS-melders. Dat is volgens Koopmans van de LTO een regeling waarvan al duidelijk is dat het lang niet alle PAS-melders een garantie op legalisatie biedt. “Dat is absoluut onvoldoende. De stikstofaanpak moet op zo’n manier worden uitgewerkt dat PAS-melders en ‘Interimmers’ wél een garantie op legalisatie krijgen. Juist voor hen biedt invoering van een rekenkundige ondergrens een oplossing. Cruciaal is het invoeren van een hedendaags referentiemoment om veilig te stellen dat PAS-melder en ‘Interimmers’ in een definitief gelegaliseerde situatie kunnen komen.”
Voor een toekomstbestendige melkveehouderij zet het kabinet daarnaast in op extensivering door de invoering van een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE/ha met onder andere ruimte voor samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers. Het kabinet zegt deze maatregel zorgvuldig uit te werken met aandacht voor de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen.
Waterkwaliteitsdoelen
LTO-voorzitter Koopmans stelt dat die eenvoudige norm van 2,6 GVE voor iedereen, zonder de optie om waterkwaliteitsdoelen te realiseren via doelsturing, strijdig is met wat de coalitie in haar eigen regeerakkoord heeft opgenomen. Op deze manier gaat de maatregel volgens hem weinig bijdragen aan verbetering van de waterkwaliteit. “Sterker nog: het zal kostprijsverhogend werken, en daarmee druk zetten op de investeringsmogelijkheden om daadwerkelijk te investeren in ammoniakreductie. Het is onbegrijpelijk dat doelsturing geen onderdeel uitmaakt van grondgebondenheid. Dat moet echt anders.”
In de Kamerbrief schrijft de minister dat veel zaken nog verder ingevuld moeten worden en dat de voorgestelde koers niet overal definitief is. Die uitwerking wordt bepalend voor het succes van de aanpak als het aan Koopmans ligt: “Het voorgestelde beleid en veel van de voorgestelde maatregelen zullen diep ingrijpen in de bedrijfsvoering van agrariërs. Als je van boeren en tuinders vraagt om zulke grote stappen te zetten, dan heb je de plicht om hun daar ook duidelijkheid en handelingsperspectief over te geven.”
Verbeteren en concretiseren
Hij roept daarom het kabinet, de Tweede Kamer en de provincies op om zo snel mogelijk vanaf de zomer, samen met agrarische partijen, het hele pakket te verbeteren en te concretiseren: “Op zo’n manier dat boeren en tuinders daarmee uit de voeten kunnen. Dat maatregelen duidelijk, haalbaar en realistisch zijn. Dat de daadwerkelijke vergunningverlening versneld wordt. En dat boeren ook kunnen leveren wat er van hen gevraagd wordt.”
Foto: Pexels







