Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant zijn bereid om de maximale dwangsom van 75.000 euro te betalen om in gesprek te kunnen blijven met de vijf pluimveehouders die hun vergunning dreigen te verliezen. Eigenlijk had het provinciebestuur al voor 10 juli een besluit moeten nemen over het intrekken van de vergunningen, maar nu wil ze dat pas op 1 oktober doen. De eventuele boete die daaraan vastzit, accepteert de provincie. Dat staat in een brief die het provinciebestuur woensdag aan Provinciale Staten verstuurde.
Onder de vijf bedrijven bevinden zich ook de ondernemingen van Frank Rooijakkers in Helenaveen en Gydo van den Boomen in Neerkant. Aanleiding voor het mogelijk intrekken van hun vergunningen is een verzoek uit maart 2023 van twee milieuorganisaties. “Mobilisation for the Environment (MOB) en Vereniging Leefmilieu ons verzocht om de vergunningen van een negental veehouderijen vlakbij Natura 2000-gebieden in te trekken, dan wel om deze bedrijven te verplichten de activiteiten te staken”, zegt de provincie.
Zomervakantie
Drie bedrijven hebben uiteindelijk deelgenomen aan een beëindigingsregeling en één bedrijf is met de gemeente in overleg over een alternatieve invulling van de locatie. “Dit betekent dat wij voor de andere vijf bedrijven nog een besluit moeten nemen. Voor één van de betreffende ondernemers loopt een separaat intrekkingsverzoek voor de natuurvergunning voor een tweede bedrijfslocatie”, aldus Gedeputeerde Staten.
Lees ook: Te veel dieren bij boeren die vergunning dreigen kwijt te raken: ‘Provincie stond het toe’
Dat er pas op 1 oktober een besluit wordt genomen over het intrekken van de vergunningen is volgens het provinciebestuur een bewuste keuze. “Wij wilden de ondernemers niet voor de zomervakantie confronteren met een ontwerpbesluit en de daaraan vasthangende periode van 6 weken om een zienswijze in te dienen. Deze zou dan midden in de vakantieperiode vallen.”
Via ander kanaal
Wel koos de provincie ervoor om begin deze maand de veehouders te informeren over het voornemen tot intrekking van hun vergunningen. “Wij wilden voorkomen dat de ondernemers het via een ander kanaal zouden horen. En wij wilden ondernemers de kans geven om voorafgaand aan 1 oktober tot een standpunt te komen omtrent vervolg”, aldus Gedeputeerde Staten.
Met het uitstel van het besluit neemt de provincie nu het risico op boetes van 100 euro per dag, met een maximum van 15.000 euro per bedrijf: “Wij hebben er voor gekozen om nu eerst verder in gesprek te gaan met de ondernemers. Dat betekent dat we accepteren dat we de dwangsom moeten betalen, tot een maximum van in totaal 75.000 euro.
Niet voldoende reductie
Niettemin blijven Gedeputeerde Staten ferm in hun stelling dat de door de veehouders voorgestelde aanpassingen niet genoeg zijn: “De ondernemers hebben de nodige tijd en veel energie besteed aan het opstellen van de definitieve plannen. De reductieplannen leiden niet tot voldoende reductie om intrekking van de natuurvergunning te voorkomen. Wij beseffen dat het een domper is dat deze uiteindelijk onvoldoende zijn in het kader van de intrekkingsverzoeken.”
Ook is het volgens de provincie niet mogelijk om voor de voorgestelde plannen een melding in te dienen in het kader van de omgevingsverordening. “Twee van de vijf bedrijven liggen binnen de zones uit de kabinetsplannen. Beide bedrijven liggen op circa 435 meter afstand van de Deurnsche Peel en Mariapeel. De overige drie bedrijven liggen buiten de voorgestelde zones, maar binnen enkele kilometers van de betreffende Natura 2000-gebieden.”
Lange radiostilte
Na de overleggen met de ondernemers volgde een lange radiostilte vanuit de provincie. Dat zorgde ervoor dat de klap op 7 juli des te harder aankwam bij de veehouders. Gedeputeerde Staten erkent nu dat dit anders had gemoeten: “Het klopt dat wij het afgelopen half jaar geen inhoudelijke terugkoppeling hebben gegeven. Over de voortgang van het proces heeft enkel contact plaatsgevonden tussen de zaakgemachtigde van de ondernemer en onze jurist. Wij realiseren ons dat een tussenbericht richting de ondernemers beter was geweest. Dat hebben we ook aan de ondernemers aangegeven. Overigens had dit niet tot een andere uitkomst geleid.”
De provincie benadrukt daarbij dat de plannen zich echt richten op slechts 15 procent emissieruimte per locatie, die alleen mag worden gebruikt voor activiteiten zonder het houden van landbouwhuisdieren. “Er is op dit moment geen concreet zicht op in omvang voldoende aanvullende maatregelen die leiden tot een blijvende, substantiële daling van stikstofdepositie binnen één jaar, zoals de rechtbank heeft gesteld. Dat betekent dat we niet ontkomen aan passende maatregelen ten aanzien van de bedrijven waarop de intrekkingsverzoeken zien.”
Nadat op 1 oktober het besluit is gepubliceerd, start de reguliere termijn van zes weken voor het indienen van zienswijzen. “Indien gewenst kunnen wij deze termijn verlengen. Ook kunnen de ondernemers in deze fase aanvullende of alternatieve plannen inbrengen, aansluitend bij het kabinetsbeleid om te stoppen, verplaatsen of omschakelen”, aldus Gedeputeerde Staten.
Foto: Pexels/Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed







