18.7 C
Deurne
zaterdag 18 mei 2024
Home- Deurne‘Vrachtwagenchauffeur is een supermooi beroep, maar je staat er wel alleen voor’

‘Vrachtwagenchauffeur is een supermooi beroep, maar je staat er wel alleen voor’

We zien ze dagelijks op de weg; mannen en vrouwen die hoog in hun cabine hun vracht naar zijn bestemming brengen. Maar hoe is zo’n leven als truckchauffeur eigenlijk? De Deurnese Steffie van de Mortel, bekend van het tv-programma ‘Meiden die rijden’, deelt haar ervaringen.

In wezen houdt de 32-jarige chauffeuse niet van in de belangstelling staan. Daarom moest ze even nadenken toen ze gevraagd werd om aan het programma mee te werken. Maar omdat ze een realistisch beeld van haar vak wil geven, deed ze mee en stemde ze ook in met dit interview.

“Rijden is superleuk. Lekker op jezelf, een muziekje op, geen baas die op je vingers kijkt. En je komt op plekken waar je anders nooit zou komen”, somt Steffie de voordelen op. Sinds een paar jaar zit ze op de vrachtwagen voor BK Sneltransport uit Veghel. Ze koerst veel door het buitenland, vooral Engeland en Ierland.

Nooit gedacht
“Ik reed al graag auto, maar had nooit gedacht dat ik er mijn werk van zou maken.” Daar dacht haar vader, zelf vrachtwagenchauffeur, anders over. Toen ze op haar achttiende haar gewone rijbewijs haalde, vroeg hij al: ‘Wil je niet op de wagen?’ “Maar ik wilde andere dingen proberen.”

Dat werden een opleiding tot gastvrouw in de horeca en tot interieurstylist. De Deurnese, inmiddels woonachtig in Liessel, zou daarna in het buitenland horecaervaring op gaan doen. De tickets voor Ibiza lagen al klaar. Een werkplek in een hotel was geregeld. En toen kwam corona.

“Ik heb drie maanden thuis zitten balen totdat pap zei: ‘Je kunt altijd nog chauffeur worden.’ Ja, dat was het moment. Ik meldde me aan bij een uitzendbureau. Via hen kon ik eerst als bijrijder werken en later mijn vrachtwagenrijbewijs halen.”

Twee liefdes in de transport
Sindsdien is ze niet meer van de vrachtwagen af te slaan. Behalve veel werkplezier vond ze ook de liefde in de transportwereld. Vriend Arno is eveneens chauffeur en werkt voor hetzelfde bedrijf. Ze ontmoetten elkaar toen ze ieder met een truck op de boot naar Engeland stonden.

“Dan heb je veel tijd om te kletsen. Die gesprekken gaan verder dan: ‘Hoe gaat het?’ en: ‘Wat vervoer je?’ We hadden meteen een klik, niet alleen omdat we hetzelfde beroep uitoefenen.”

“Het voelt niet als werken; doen wat je leuk vindt met wie je leuk vindt. Beter kan niet, toch?”

In de vervoersector staan ook wel eens zogenoemde ‘dubbelmanritten’ op de agenda. Dan rijden twee chauffeurs op één wagen en kunnen ze, door elkaar af te wisselen, in totaal 21 uur rijden. Dat is een kolfje naar de hand van de Deurnese.

“Een paar keer per jaar plannen ze ons samen in voor zo’n rit. Dat is een klein geluksmomentje. Het voelt niet als werken; doen wat je leuk vindt met wie je leuk vindt. Beter kan niet, toch?”

Heftige gebeurtenis
Aan haar eerste dubbelmanrit met een andere collega heeft ze minder prettige herinneringen. Op een parkeerplaats in Engeland kreeg hij een beroerte. “Ik belde meteen een ambulance, maar er was veel hectiek. Ik wist niet op welke plek ik precies stond. En ik probeerde hulp te krijgen van andere chauffeurs, maar er waren vooral oosterse mensen die nauwelijks Engels spraken.”

 

Het voorval hakte er diep in. Steffie ging nadenken: ‘Wat als dit mij overkomt als ik alleen op de wagen zit?’ Aanvankelijk wilde ze niet meer naar de plek waar het gebeurd was. Toch zette ze zich eroverheen, want ze wilde graag blijven rijden in haar geliefde Engeland.

“Ik ga het liefst naar Engeland en Ierland omdat de mensen daar gezellig en behulpzaam zijn. De natuur is er mooi en op de weg zijn ze hoffelijker dan bijvoorbeeld hier of in Duitsland.”

Wat ze wel eens mist tijdens het rijden, is een team. “Je bent veel op jezelf aangewezen. Ooit denk ik: ‘Tegen wie moet ik nu aan tetteren?’ Als ik bij een klant ben bij wie ik vaker kom, kan ik weer lekker kletsen.”

Honderd procent zichzelf
Tegen mannen en vrouwen die overwegen om chauffeur te worden, zou ze willen zeggen: “Probeer het gewoon. Het is een supermooi beroep, maar realiseer je wel dat je er alleen voor staat als er iets gebeurt.”

Op de wagen voelt de Deurnese zich honderd procent zichzelf. “Ik kan dit nog jaren doen zonder erop uitgekeken te raken. Het is veel afwisselender dan een gewone negen-tot-vijf-baan.” Dat wist vader Piet natuurlijk al lang…

Foto’s: Josanne van der Heijden/Steffie van de Mortel

- Advertentie -
Lees ook

Meest Gelezen