Naast het intensiveren van natuurherstel binnen de beschermde Natura 2000-gebieden, zoals de Deurnsche Peel en Mariapeel, gaat de provincie nu ook aan de slag met de gebieden direct daaromheen. Om tot het nodige natuurherstel te komen en Brabant weer open te krijgen voor vergunningverlening, is dit een logische en noodzakelijke vervolgstap, zo laat het provinciebestuur weten.
Dit overgangsgebiedenbeleid krijgt een plek in de Natura 2000-beheerplannen. Eerder meldde het bestuur al koers te willen houden op het realiseren van de wettelijke doelen op gebied van natuur, water en klimaat en een duurzame toekomst voor de landbouw.
Hulp van Rijksoverheid
Eind 2024 kondigde de provincie aan beleid te gaan ontwikkelen voor overgangsgebieden. In de tussentijd heeft het demissionaire Kabinet-Schoof in de kamerbrief ‘startpakket Nederland van het slot’ besloten om te starten met de aanpak met betrekking tot zonering/strokenbeleid in de Veluwe (provincie Gelderland) en De Peel (provincies Limburg en Noord-Brabant).
De Brabantse problemen rondom het tegengaan van verslechtering in Natura 2000-gebieden zijn volgens de provincie echter groter dan De Peel alleen en ook breder dan alleen de neerslag van stikstof. De aanpak voor overgangsgebieden is daarom noodzakelijk, zegt de provincie. Die benadrukt daarbij dat hulp van de Rijksoverheid voor de financiering hiervan wel degelijk nodig is.
Vergunningverlening
“De afgelopen jaren hebben we met onze samenwerkingspartners al veel natuur- en waterprojecten gerealiseerd en gewerkt aan het terugdringen van de stikstofdeken die schadelijk is voor onze Brabantse natuur”, vertelt gedeputeerde Hagar Roijackers. “Daarnaast zijn we voortdurend in gesprek met grondeigenaren en belanghebbenden over wat waar wel nog kan en waar het anders moet, bijvoorbeeld in de gebieden van de gebiedsgerichte aanpak.”
Hoewel er volgens Roijackers al veel is gebeurd, zijn nog niet alle problemen opgelost: “Onze natuurgebieden hebben ook last van het onttrekken van water en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de directe omgeving van deze gebieden. De tijd is nu gekomen om daar werk van te maken zodat de natuur niet verder verslechtert en op termijn kan herstellen, en zodat ook vergunningverlening weer mogelijk wordt.”
Toekomstperspectief
De vraag die hierbij voor agrarische ondernemers rijst, is wat er in deze overgangsgebieden nog kan? De provincie meldt dat het grondgebruik in de praktijk meestal extensiever gaat worden: “Graslanden en dus grondgebonden (melk)veehouderij zijn belangrijk om verdroging tegen te gaan en de uitspoeling van meststoffen te verminderen. Deze wil de provincie dus graag behouden en stimuleren in deze gebieden. Maar de provincie wil ook dat akkerbouw mogelijk blijft, binnen bepaalde voorwaarden, zoals biologische teelten, en waar passend in een hersteld watersysteem.”
Om ondernemers perspectief te bieden en te komen tot een proportionele aanpak, laat de provincie onderzoeken of bepaalde activiteiten goede alternatieven zijn die geen negatieve effecten veroorzaken op de natuur. Als voorbeeld wordt daarbij genoemd: het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen of spotspraying dichtbij Natura 2000-gebieden. Daarnaast wil de provincie ondersteuning bieden aan ondernemers om zich aan te kunnen passen aan de gewenste situatie, zoals door kavelruil.
Route
In een verkennende gespreksronde heeft de provincie al met diverse samenwerkingspartners gesproken. Er is steun voor het toewerken naar duurzamer grondgebruik in de omgeving van Natura 2000-gebieden. Er blijken wel verschillende opvattingen te bestaan over de route daarnaartoe.
Vanuit de agrarische sector is duidelijk geen behoefte aan een verplichtend spoor. Terwijl belangenorganisaties vanuit natuur, gemeenten en waterschappen de waarde daarvan – ook in relatie tot Brabant weer open krijgen voor vergunningverlening – veelal juist wel onderschrijven. Vanuit alle partijen wordt opgeroepen om maatwerk mogelijk te maken.
Zomer 2026
Vanwege de urgentie om de wettelijke doelstellingen op het gebied van water en natuur te behalen en het streven naar meer duidelijkheid voor ondernemers, zet de provincie nu een volgende stap. Voor het onderdeel ‘Toetsing huidige activiteiten en vergunningverlening’ in de Natura 2000-beheerplannen komt vóór de zomer van 2026 in één keer een actualisatie. Dit geldt voor alle 17 Natura 2000-gebieden waarvan de provincie Noord-Brabant bestuurlijk gezien de trekkende partij is. Ook stelt de provincie een handhavingsaanpak vast, die inzicht moet geven over waar toezicht en handhaving het hardste nodig zijn.
Daarmee gaat de aanpak overgangsgebieden integraal onderdeel uitmaken van de bestaande wettelijk verplichte Natura 2000-beheerplannen per gebied. Ondernemers in de omgeving van Natura 2000-gebieden moeten daarmee duidelijkheid krijgen over een vergunningplicht voor gewasbeschermingsmiddelen en onttrekkingen.
Gewasbeschermingsmiddelen
Er blijft volgens de provincie ook ruimte voor hoogproductieve duurzame landbouw, voor onder andere de voedselproductie. In deze gebieden stimuleert Brabant het terugbrengen van de impact van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, onder andere via het Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen.
De provincie heeft in het bestuursakkoord ‘Samen maken we Brabant’ de ambitie uitgesproken om Brabant open te houden voor belangrijke economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Op dit moment liggen veel vergunningstrajecten voor onder andere woningbouw, energie, mobiliteit en landbouw stil omdat het te slecht gaat met de natuur. De provincie wil vergunningverlening weer mogelijk maken en samen met partners stappen zetten om natuur, water en bodem te herstellen.
Als vervolgstap op het in 2024 vastgestelde Plan van Aanpak Landelijk Gebied heeft het Brabantse bestuur ondertussen ook de Kaderrichtlijn Water (KRW)-impuls Brabant vastgesteld en de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS 2.0). Ook het Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen verschijnt binnenkort.
Foto: GGA Vitale Peel/provincie Noord-Brabant/Staatsbosbeheer/Pexels









