De bestrijding van de grote brand in natuurgebied Boschhuizerbergen in Oostrum gaat onverminderd door. Burgemeester Michiel Uitdehaag van gemeente Venray heeft in verband daarmee dinsdag een noodverordening vastgesteld. De maatregel is volgens de Veiligheidsregio Limburg-Noord nodig om de veiligheid van inwoners, dieren en hulpverleners te waarborgen en de hulpdiensten de ruimte te geven om de natuurbrand te bestrijden.
Uitdehaag zegt dat het bestrijden van het vuur extreem moeilijk is: “De brand woedt in een moeilijk toegankelijk gebied, het is al lange tijd droog en de wind is onvoorspelbaar. Daardoor kan het vuur steeds opnieuw oplaaien en blijft de situatie uitdagend voor de hulpdiensten. De inzet is erop gericht de brand binnen het gebied te houden.”
Explosieven Opruimingsdienst
Dinsdag is er ook een adviseur van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) naar het getroffen gebied gekomen. Omdat er tijdens de Tweede Wereldoorlog veel is gevochten in en rondom Venray, hebben hulpdiensten de EOD opgeroepen om advies uit te brengen over eventuele achtergebleven munitie en wat dit betekent voor de bluswerkzaamheden.
Lees ook: Rookwolken van grote natuurbrand in Oostrum tot in Deurne te zien
De burgemeester van gemeente Venray is blij met de assistentie van Defensie en brandweereenheden uit heel het land, waaronder ook uit Deurne. “Gelukkig krijgen we veel hulp van brandweerkorpsen uit het land en we maken dankbaar gebruik van de chinooks van Defensie, die met grote waterzakken de brand proberen in te dammen.”
Grondvuur
De blushelikopters blijven overigens voorlopig aan de grond. De veiligheidsregio meldt dat er op dit moment vooral sprake is van grondvuur, waarbij vuur onder of dicht op de bosbodem smeult. “Het kroonvuur, waarbij de brand zich via de boomtoppen verspreidt, is nagenoeg verdwenen. Bij grondvuur heeft inzet vanuit de lucht beperkt effect, waardoor de bestrijding nu vooral plaatsvindt door brandweereenheden op de grond, vanaf de paden.”
Lees ook: Zeer grote natuurbrand bij Oostrum nog niet onder controle; ‘100 hectare staat in brand’
De Chinook-helikopters hebben dinsdag meer dan 130 zogeheten bambi-buckets gevuld met water en daarmee de brand bestrijd. In totaal ging het die dag om bijna een miljoen liter water. Dat was ook nodig omdat het vuur nog op verschillende plekken af en toe oplaaide. Dit gebeurde binnen de stoplijnen die de brandweer heeft gelegd. Daardoor kan het vuur nu binnen dat gebied worden gehouden.
Speciale sproeisystemen
Stoplijnen zijn stroken in de natuur die de brandweer gebruikt om een natuurbrand tegen te houden. Op deze plekken zorgen zij ervoor dat er zo min mogelijk brandbaar materiaal is. Dat doen ze bijvoorbeeld door begroeiing weg te halen, de grond nat te maken of gebruik te maken van bestaande paden en wegen.
Er is nog veel inspanning nodig om het vuur te beheersen en uitbreiding buiten het gebied te voorkomen. De brandweer blijft daarom met een grote eenheid aanwezig in het gebied. Daarbij krijgt zij ondersteuning van twee Belgische brandweerpelotons. Die helpen bij het bestrijden van de brand en het controleren van het terrein.
297 voetbalvelden
Ook worden de veiligheidsregio’s Utrecht en IJsselland ingezet. Zij brengen speciale sproeisystemen mee die helpen om de grond nat te houden en de temperatuur in de bodem en vegetatie verder te verlagen.
Op de website Firewatch kun je de ontwikkeling van de natuurbrand met behulp van informatie van bepaalde satellieten nauwgezet volgen. Volgens de gegevens van Firewatch heeft het gebied dat verwoest is door de vuurzee, een oppervlakte die gelijk is aan die van 297 voetbalvelden.
Foto’s: Defensie/Dave van Hattem







