Politieke partij DOE! heeft opnieuw vragen gesteld over de samenstelling van het nieuwe college van Deurne. Daarbij wil de fractie meer duidelijkheid over de reden om de twee deeltijdwethouders te verhogen van 0,5 naar 0,7 fte. Ook wil DOE! weten waarom er taken zijn weggehaald bij de burgemeester, die vervolgens zijn toebedeeld aan de deelwethouders.
Volgens Bram van Neerven gaat het om onder andere personeel en organisatie, dienstverlening, communicatie en ICT, participatie en public affairs: “Een aantal taken dat vóór de wijziging in de portefeuille van de burgemeester lag.”
‘Op eigen taken richten’
Die twee gegevens verhouden zich volgens Van Neerven slecht tot elkaar: “Als de verhoging naar 0,7 fte nodig is vanwege de toenemende eigen taken van de deeltijdwethouders, dan zou verwacht mogen worden dat zij zich volledig op die eigen taken richten. Dat zij daarnaast ook taken overnemen die voorheen bij de burgemeester lagen, roept de vraag op of de gegeven motivering juist en volledig is.”
DOE! heeft eerder vragen gesteld over de samenstelling en omvang van het nieuwe college. Van Neerven zegt dat de argumentatie voor meer fte’s was dat dit nodig is vanwege de vele taken die op de gemeente afkomen. “Namens de coalitiepartijen is daarop geantwoord dat de verhoging op advies van de ambtelijke organisatie tot stand is gekomen en dus ‘niet zomaar uit de lucht komt vallen’. DOE! heeft vervolgens om die onderbouwing gevraagd. Het antwoord was dat die informatie niet wordt verstrekt”, aldus Van Neerven.
‘Ruimte voor echte invloed’
Dat verhoudt zich volgens hem slecht tot de uitspraak in het coalitieakkoord dat de raad vroegtijdig en intensief wordt betrokken, met ‘ruimte voor echte invloed’. Daarom stelt hij nu opnieuw vragen. Die gaan ook over de zorgen die zijn partij eerder heeft geuit over de inhoudelijke verdeling van de portefeuilles.
“In een aantal gevallen raakt de inhoud van een portefeuille aan een persoonlijke, zakelijke of familiaire verbondenheid van de betrokken wethouder met het werkgebied van die portefeuille”, stelt Van Neerven. Daarbij benadrukt hij dat de risicoanalyse integriteit die bureau Berenschot in opdracht van de burgemeester heeft uitgevoerd, zich richtte op de kandidaat-wethouders als persoon. Hierbij werd volgens hem alleen gekeken naar geschiktheid op basis van opleiding, arbeidsverleden, nevenfuncties, financiële belangen en relaties met de gemeente.
“De combinatie van persoon en portefeuille is daarin niet onderzocht”, zegt Van Neerven. “Dat kon ook niet, omdat het college de portefeuilles pas na installatie zelf verdeelt.” Daarom wil hij ook hierover een aantal vragen beantwoord zien.
Foto: gemeente Deurne







