De provincie Noord-Brabant heeft tegenover Nu.nl toegegeven dat er fouten zijn gemaakt in de wijze waarop vijf pluimveehouders zijn geïnformeerd over het intrekken van hun vergunningen. Onder hen bevinden zich ook bedrijven in Helenaveen en Neerkant. “We hadden eerder moeten terugkoppelen dat de plannen anders worden”, zegt een woordvoerder van de provincie. “Al zou de uitkomst daar niet anders van worden.”
Eerder hekelde onder andere ZLTO-bestuurder Angelique Huijben de manier waarop de kippenboeren zijn geïnformeerd: “Ronduit asociaal vind ik dat men op het provinciehuis nog niet eens het fatsoen heeft om de ondernemers op hun bedrijf te informeren, maar ze sommeert om naar Den Bosch te komen.”
‘Ingrijpend besluit’
Daar kregen de vijf ondernemers vorige week donderdag en vrijdag te horen dat de provincie geen andere oplossing meer ziet dan het intrekken van de vergunningen om zo de stikstofuitstoot rondom Natura 2000-gebieden te verminderen. Tijdens die gesprekken op het provinciehuis kregen de pluimveehouders ook te horen dat de intrekkingsprocedure uiterlijk 1 oktober al start.
Lees ook: Intrekken vergunningen pluimveehouders volgens provincie en minister ‘ingrijpend, maar noodzakelijk’
“Wij realiseren ons dat dit een ingrijpend besluit is voor de betrokken ondernemers. Tegelijkertijd hebben wij als overheid de verantwoordelijkheid om rechterlijke uitspraken uit te voeren en te handelen binnen de wettelijke kaders die voor ons gelden”, zegt gedeputeerde Saskia Boelema van de provincie Noord-Brabant.
Passende maatregelen
Daarmee verwijst ze naar de uitspraak van de rechter in de zaak die was aangespannen door milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB). Die partij heeft de provincie in maart 2023 verzocht in te grijpen bij veehouderijen, die volgens hen een significante bijdrage leveren aan de stikstofbelasting van Natura 2000-gebieden. Hierbij gaat het om de Deurnsche Peel, Mariapeel, Groote Peel, Kampina, Oisterwijkse Vennen en Kempenland-West.
Nadat de provincie deze verzoeken aanvankelijk had afgewezen, hebben beide organisaties beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechter heeft deze besluiten vorig jaar in april vernietigd en geoordeeld dat de provincie nieuwe besluiten moest nemen. Hierbij werd bepaald dat Brabant bij de vijf bedrijven passende maatregelen moest treffen, die zouden leiden tot een blijvende en substantiële daling van de stikstofdepositie op de natuurgebieden.
Onvoldoende zekerheid
Daar is volgens de provincie op dit moment nog geen sprake van: “Ook bestaat er geen concreet zicht op een maatregelenpakket dat tijdig tot het vereiste resultaat leidt. Hoewel het Rijk maatregelen heeft aangekondigd, bieden deze op dit moment onvoldoende zekerheid omdat de uitwerking, uitvoering en juridische borging nog onvoldoende concreet zijn.”
De aankondiging van de provincie dat de vergunningen zouden worden ingetrokken, leidde tot grote verontwaardiging bij niet alleen de vijf boeren, maar ook bij land- en tuinbouworganisatie ZLTO. Daarnaast hebben meerdere politieke partijen hun afkeuring uitgesproken over de plannen in Brabant.
Interpellatiedebat
De fracties van BBB, 50PLUS, JA21, ChristenUnie-SGP, CDA, PVV en Forum voor Democratie hebben daarnaast een verzoek ingediend voor een extra vergadering van Provinciale Staten. Zij willen hierbij een zogeheten interpellatiedebat voeren over de mogelijke intrekking van de natuurvergunningen van de vijf pluimveehouderijen.
Tijdens een dergelijk debat kunnen Statenleden het college van Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning om inlichtingen vragen over een onderwerp dat niet op de agenda van een Statenvergadering staat. De extra bijeenkomst vindt op vrijdag 14 augustus in de ochtend plaats.
‘Nog veel onduidelijkheid’
De ZLTO richt haar inzet komende tijd op deze datum: “Met als doel dit onzalige voornemen van tafel te krijgen.” De land- en tuinbouworganisatie wijst erop dat er ondertussen schriftelijke vragen zijn gesteld door Volt en CDA in de Provinciale Staten van Noord-Brabant. Ook zijn er Kamervragen gesteld door CDA en BBB.
Lees ook: Minister Jaimi van Essen wil deze zomer nog om de tafel met provincie en pluimveehouders
Landbouwminister Jaimi van Essen heeft daar al een eerste beantwoording op gegeven. Daarin benadrukt hij onder meer dat provincies alternatieve stikstofreductieplannen van ondernemers zorgvuldig moeten meewegen en dat gebiedsprocessen een belangrijke rol blijven spelen. “Wij zien dat als een belangrijk signaal, maar constateren tegelijkertijd dat er nog veel onduidelijkheid is”, aldus de ZLTO.
Rechtszekerheid
Tegelijkertijd signaleert de boerenbelangorganisatie dat de kwestie met de intrekking van de vergunningen verder gaat dan alleen de vijf pluimveehouders: “Hier staat de rechtszekerheid van ondernemers, ook buiten de agrarische sector, centraal. Ondernemers moeten erop kunnen vertrouwen dat vergunningen die door de overheid zijn verleend ook daadwerkelijk waarde hebben. Dat vertrouwen is een essentiële basis voor investeringen, innovatie en samenwerking tussen overheid en ondernemers.”
De reactie van LTO Nederland sluit hier nauw op aan. Die stelt ook dat deze discussie niet alleen over landbouw gaat, maar over de rechtszekerheid van ondernemers in heel Nederland: “Wanneer ondernemers niet meer kunnen vertrouwen op verleende vergunningen, raakt dat het investeringsklimaat en het vertrouwen in de overheid als geheel.”
Eenduidige lijn
De LTO roept de minister op om nog voor het debat van 14 augustus meer duidelijkheid te geven over de vraag of intrekking van de vergunningen daadwerkelijk aan de orde kan zijn. Ook wordt door de LTO aangedrongen op een landelijke en eenduidige lijn richting provincies: “Zodat ondernemers weten waar zij aan toe zijn.”
Foto: Pexels/provincie Noord-Brabant







