De Raad van State heeft afgelopen woensdag beslist dat het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant uiterlijk op 4 februari 2027 een besluit moet nemen over het wel of niet intrekken van de vergunningen van vijf pluimveehouders, waaronder ondernemers in Helenaveen en Neerkant. Wanneer het college die termijn niet haalt, wordt er dwangsom op gelegd van 250 euro per dag bedraagt, met een maximum van 37.500 euro.
De zaak loopt inmiddels al meer dan drie jaar. Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) en Vereniging Leefmilieu vroegen de provincie in maart van 2023 voor het eerst om de natuurvergunningen van de pluimveehouders in te trekken. Volgens de twee organisaties zouden de boerenbedrijven te veel stikstof uitstoten. Het Brabantse college wees de verzoeken af, waarna de rechter vorig jaar april de weigeringsgronden vernietigde.
Stikstofuitstoot verminderen
Brabant moest van de rechter met de partijen rond de tafel en een nieuw besluit nemen, maar dat kwam er niet. Wel kregen de vijf pluimveehouders na lange radiostilte in juli het verzoek om het provinciehuis in Den Bosch te verschijnen. Daar kregen ze te horen dat de aanpassingen die ze hadden voorgesteld om stikstofuitstoot te verminderen, niet voldoende waren en dat hun vergunningen zouden worden ingetrokken.
Lees ook: Nieuwsdossier – Intrekking vergunning pluimveehouders
Eind juli besloot het college om een maximale dwangsom van 75.000 euro te riskeren om in gesprek te kunnen blijven met de vijf pluimveehouders. Eigenlijk moest het provinciebestuur al voor 10 juli een besluit moeten nemen over het intrekken van de vergunningen, maar dat werd uitgesteld 1 oktober doen. MOB en Leefmilieu hebben na het verstrijken van de datum van 10 juli opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college. Daarop heeft het provinciebestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Groot aantal zienswijzen
Het college erkent dat het nog geen nieuw besluit heeft genomen en verwacht dat er na het ter inzage leggen van een nieuw ontwerpbesluit een groot aantal omvangrijke zienswijzen worden ingediend. Die moeten volgens het provinciebestuur zorgvuldig worden verwerkt: “Wat maakt dat er een langere termijn nodig is voor het nemen van een besluit op het verzoek van MOB en Leefmilieu.” De provincie had de Raad van State daarom gevraagd om 1 april 2027 als uiterlijke datum aan te houden voor het nemen van een besluit.
Na afweging van alle factoren heeft de hoogste rechter nu het college van Noord-Brabant opgedragen om uiterlijk op 4 februari 2027 een besluit te nemen op het verzoek van Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en vereniging Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.
Eerder legde de Raad van State de provincie al een dwangsom van 100 euro per dag per bedrijf op. Dat is nu verhoogd naar 250 euro per dag, omdat het Brabantse college zich niet heeft gehouden aan eerdere uitspraken van de rechtbank en de Raad van State.
Foto: Pexels







