Als het aan jurist Valentijn Wösten ligt, moeten de wethouders van de gemeentes Deurne, Asten, Someren, Oisterwijk en Oirschot terug naar de schoolbanken vanwege de gezamenlijke brief die ze hebben gestuurd naar de provincie over het intrekken van de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders. Daarin uitten de lokale bestuurders hun zorgen over de plannen van Noord-Brabant.
Wösten staat op dit moment Mobilisation for the Environment (MOB) en Vereniging Leefmilieu bij in het verzoek om de vergunningen van bedrijven in onder meer Helenaveen en Neerkant in te trekken.
Cursus openbaar bestuur
In een opiniestuk in het ED zegt hij dat onder andere de Deurnese wethouder Joan van Rixtel nodig een cursus openbaar bestuur moet volgen. “Het is voor iedereen goed om regelmatig terug te keren naar de schoolbanken”, reageert Van Rixtel. “En het eerste wat je ooit in de klas leerde is om onenigheid samen op te lossen.”
Wösten is gespecialiseerd in stikstofrechtszaken en vindt dat de vijf lokale bestuurders een grote fout maken. “Is het deze wethouders in de bol geslagen?”, zegt de jurist in het opiniestuk. De wethouders stellen volgens Wösten dat een vergunning een overeenkomst is; een contract met de ondernemers.
Gezamenlijk gedragen zoektocht
Volgens de jurist is de verhouding tussen bedrijven en overheid echter niet gelijkwaardig. Wösten stelt dat de overheid staat voor recht en het publieke belang, terwijl bedrijven particuliere belangen vertegenwoordigen. Daarbij benadrukt hij dat de overheid de wetten maakt en die hoort te handhaven.
Wethouder Van Rixtel ziet niettemin kansen voor overeenstemming wanneer de partijen meer tot elkaar komen: “Het publieke belang vraagt een gezamenlijk gedragen zoektocht naar een gezonde balans tussen natuur, economie en voedselzekerheid. Laten we daar eens de oplossing zoeken. Want een balans die aan de ene kant doorslaat slaat vroeg of laat naar de andere kant door.”
Foto: gemeente Deurne







