Gedeputeerde Saskia Boelema van de provincie Noord-Brabant heeft eerder over intrekking van de vergunningen van vijf pluimveebedrijven gezegd dat ze ‘niet anders kon’. Volgens Transparant Deurne klopt dat niet, omdat in een email van een advocaat aan de provincie staat te lezen: ‘het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen’. Twee van de vijf getroffen bedrijven liggen in Helenaveen en Neerkant.
De partij wijst erop dat deze informatie afgelopen vrijdag tijdens de ingelaste vergadering van Gedeputeerde Staten niet aan de orde is gekomen. “De interne mail kwam tijdens het bijna tien uur durende Statendebat niet ter sprake. Geen Statenlid hield Boelema deze passage voor”, aldus Transparant Deurne.
Aanvullende gegevens
De fractie vond de uitspraken tussen de zogeheten Woo-documenten in een email van advocaat Roelof Reinders van de firma Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Vijftien dagen voor het besluit schreef hij aan de provincie dat er wel degelijk een alternatief was voor Boelema.
Reinders schreef bovendien dat Gedeputeerde Staten nog moest onderbouwen waarom juist bij deze bedrijven 85 procent reductie noodzakelijk was. Daarvoor waren aanvullende gegevens nodig en ‘misschien zelfs een berekening’.
Verschil
“De rechter had 85 procent niet voorgeschreven. Toch presenteerde Boelema de gekozen maatregel later als onvermijdelijk”, zegt Transparant Deurne. “Wij hebben de mail, de uitspraak, de ondernemersplannen en de uitspraken van Boelema naast elkaar gezet.” Daar blijkt volgens de partij uit dat er een duidelijk verschil zit in de uitspraken van Boelema en die van de advocaat die de provincie heeft geraadpleegd.
In de communicatie valt ook een gedeelte te lezen waarin Gedeputeerde Staten worden gewezen op een afwijking als het gaat om de interpretatie van de 85 procent reductie. “De provincie zegt daarover wel: dit moet wel, de rechtbank zegt in de piekbelasters-uitspraken dat er een substantiële daling op korte termijn noodzakelijk is”, aldus Reinders.
Uitzonderlijke situatie
Vervolgens uit de advocaat zijn zorgen naar de provincie over hoe dit door de tegenpartijen kan worden geïnterpreteerd: “Kortom: waarom is de generieke emissiereductie voor alle veehouderijen noodzakelijk én de 85 procent reductie voor deze veehouder specifiek noodzakelijk?”
De raadsman van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn meldt naar de provincie: “Ik kan mij voorstellen dat die vraag gesteld gaat worden. Ik denk dat het antwoord dan is om de uitzonderlijke situatie van deze veehouder te benadrukken. Zijn aard als piekbelaster.”
Uiterste grens
De rechtbank bepaalde dat de provincie passende maatregelen moest nemen, waarbij de beperking van maximaal 85 procent de uiterste grens was waarbinnen de provincie moest blijven. “De rechter bepaalde dus niet dat 85 procent moest worden ingetrokken”, aldus Transparant Deurne. “Vervolgens presenteert zij die zelfgekozen uitkomst als uitvoering van een rechterlijk bevel.”
Advocaat Reinders adviseert de provincie uiteindelijk om de noodzaak tot intrekking van de natuurvergunningen te onderbouwen met bijvoorbeeld gegevens over de belasting van de Deurnsche Peel & Mariapeel door de specifieke veehouder en die door gemiddelde veehouder: “En misschien zelfs een berekening dat ook met de emissiereductie uit de omgevingsverordening, deze veehouder nog steeds een hele grote belasting heeft.”
Alternatief
Tot slot geeft de advocaat letterlijk een andere manier om de huidige situatie te benaderen: “Het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen met de redenering dat de emmissiereductienormen snel tot een substantiële daling gaan leiden.”
Dit vraagt volgens Transparant Deurne niet om koffie met de ondernemers: “Maar om Boelema terug in Provinciale Staten. Gedeputeerde Staten moet de volledige onderbouwing voor die 85 procent openbaar maken, de ondernemersplannen serieus beoordelen en uitleggen waarom Boelema zei dat er geen alternatief was, terwijl de eigen advocaat er wel één opschreef. De aangenomen motie garandeert daarvan helemaal niets.”
Foto: provincie Noord-Brabant







